Meer dan 10 jaar de beste haring van Zuid-Nederland

de AD haringtest

Zo komt de test tot stand 

Van 14 tot en met 30 juni koopt het AD op 148 adressen, verspreid over Nederland, vier Hollandse Nieuwe per adres. Direct na aankoop meten de keurmeesters met een geijkte thermometer in twee haringen de temperatuur. De laagst gemeten temperatuur wordt genoteerd. Waren wettelijk mag de temperatuur maximaal 7 graden Celsius bedragen, een werktemperatuur van maximaal 4 graden is beter. 

De twee niet-gemeten haringen worden in een steriele zak verpakt, gecodeerd, gewogen en onmiddellijk op droogijs ingevroren op minus 79 graden, in afwachting van transport naar het laboratorium. 
De keurmeesters beoordelen de achtergebleven twee haringen op de kwaliteit van het schoonmaken, geur, uiterlijk buitenzijde, uiterlijk binnenzijde, zoutgehalte, mate van rijping en smaak. Dit resulteert in een voorlopig cijfer. 

Het laboratorium Eurofins | LabCo onderzoekt na ontdooiing de monsters op het mesofiel en psychrotroof kiemgetal. Bacteriën komen van nature op de haring voor en kunnen een indicatie geven van de kwaliteit van het product. 

Eurofins | LabCo kijkt ook naar de eventuele hoeveelheid Enterobactereaceae en Staphylococcus aureus. Aanwezigheid duidt op nabesmetting, bijvoorbeeld doordat de verkoper na toiletbezoek of neuspeuteren de handen niet heeft gewassen. Ook vervuilde snijplanken of messen kunnen een bron van besmetting zijn. 

Tot slot bepaalt Eurofins | LabCo het vetpercentage in de filet. Daarvoor bestaat geen wettelijke norm, maar een vetpercentage van 16 in de gehele vis wordt als het minimum voor maatjesharing beschouwd. Het vetpercentage in de filet ligt ongeveer 4 tot 6 procent lager. 

De test is grotendeels een momentopname. Na het opmaken van een voorlopige eindstand zijn de bedrijven uit de dan voorliggende top 10 een tweede keer bezocht, alle op dezelfde dag.

Bron ad.nl dd 2017-07-22

Slideshow overlay afbeelding Want vis is feest